A
Accijnzen -Prijsverhogende belasting over een consumptiegoed. Het is een instrument van de overheid om de consumptie af te remmen; bijvoorbeeld: het accijns op alcohol, tabak en benzine.
Alfabetisering - Het proces waarin de bevolking van een land leert lezen en schrijven.
Al-Jihad - Terroristische beweging opgericht eind jaren zeventig, uiteengevallen in twee groeperingen. Onderhoudt nauwe banden met Osama Bin Laden. Het hoofddoel van deze beweging is het afzetten van de Egyptische regering (die gesteund wordt door Amerikaanse regering) en vervanging door een Islamitisch bewind.
Allochtonen - Mensen die zelf niet of van wie de ouders niet in Nederland zijn geboren.
Al-Qaida -Terroristische beweging, opgericht in begin jaren tachtig door onder meer Osama Bin Laden. Oorspronkelijk opgericht om verzet te beiden tegen het Sovjet regiem in Afghanistan. Groeide later uit tot een organisatie die nu wereldwijd actief is en zich vooral verzet tegen de Verenigde Staten en haar bondgenoten.
Anarchisme - Leer die elke vorm van autoriteit afwijst, maar vooral die van de staat. De mens zal zonder dwang komen tot samenwerking met anderen.
AOW-uitkering -Uitkering die iedereen krijgt vanaf zijn 65e levensjaar.
Arbeidsverdeling -De verdeling van de arbeidstaken over individuen en groeperingen in een samenleving.
Arbo-dienst - Bedrijf dat voor andere bedrijven wettelijke verplichte taken kan verzorgen die op het gebied van ziekteverzuim en goede werkplekomstandigheden liggen.
Autochtonen - Mensen die zelf en van wie de ouders in Nederland zijn geboren.
Naar boven
B
Belastingfraude -Valsheid in geschrifte inzake de belasting: men manipuleert zijn financiele administratie, zodat men minder hoeft af te staan aan de belasting of dat men meer belastinggeld terug krijgt.
Bijstandsuitkering - Een bijstandsuitkering is wettelijk geregelde financiële hulp aan mensen die over onvoldoende middelen beschikken om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van burgerlijke staat en woonsituatie.
Buitenkerkelijken -Mensen die niet zijn aangesloten bij een geloofsgemeenschap.
Naar boven
C
CAO's - Collectieve arbeidsovereenkomst; geldt altijd voor een groep werknemers (van een groot bedrijf of bedrijfstak). Een CAO bevat zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden
Chemische wapens - Niet-explosieve wapens ingezet in oorlogen en bij terreuraanslagen. Voorbeelden hiervan zijn mosterdgas en zenuwgas.
Christen-democratie - Partijen die vanuit een Christelijke visie in het democratische bestel zetelen. Christen-democratische partijen hechten veel waarde aan het gezin en Christelijke normen en waarden.
Cohesie - Een bepaalde mate van stabiliteit en samenhang in de samenleving.
Collectieve goederen - Goederen die naar hun aard niet te splitsen zijn in individueel leverbare eenheden. De gebruiker kan er dan ook geen prijs per eenheid voor betalen en daarom worden ze uit de algemene middelen van de overheid gefinancierd. Men kan ook niet van consumptie worden uitgesloten. Enkele voorbeelden zijn: defensie, politie (veiligheid), rechtspraak, bestuur, preventieve geneeskunde, straatverlichting, zeeweringen etc.
College van Gedeputeerde Staten - Het College van Gedeputeerde Staten vormt het dagelijks bestuur van het college.
Commissaris van de koningin - Voorzitter van Provinciale Staten en van Gedeputeerde Staten. Hij of zij wordt niet gekozen, maar van rijkswege benoemd, bij Koninklijk Besluit.
Communisme -Communisme is een vorm van socialisme waarbij de productiefactoren namens het volk beheerd worden door de staat. Particuliere eigendom is (in principe)niet toegestaan.
Confessionalisme -Politieke stroming op basis van geloofsbelijdenis.
Confessionele politieke partijen - Politieke partijen die hun politiek handelen baseren op de bijbel. De basis van de partij is gestoeld op geloofsbelijdenis.
Conservatisme - Politieke stroming die zich uitspreekt voor een sterk gezag van de koning en geringe volksinvloed. Men houdt vast aan traditionele politieke en maatschappelijke denkbeelden.
Constitutionele monarchie - Monarchie met een koning(in) als staatshoofd. De taken van de koning(in) staan in de grondwet.
Consumptiegoederen - Goed dat door een consument/gezin is aangeschaft om behoeften te bevredigen
Conventionele participatie - Deelname aan de politiek door middel van het stemmen op een partij, het lid worden van een politieke partij en de politiek volgen.
Correctief niet-bindend referendum - Volksstemming waarbij het volk nadat een wet is aangenomen mag stemmen over het wel of niet doorvoeren van de wet. De uitkomsten van het referendum zijn niet bindend. Dit betekent dat de wet alsnog doorgevoerd kan worden door de volksvertegenwoordiging, ook al stemt het volk tegen.
Culturele hulpbronnen - Hulpbronnen zoals opleiding en opvoeding. Deze hulpbronnen zijn nodig bij het vinden van een baan, deelname aan cultuur etcetera.
Culturele participatie -De mate waarin mensen gebruik maken van culturele voorzieningen, zoals het museum en het theater.
Naar boven
D
Democratie - Letterlijke betekenis: Het volk heerst. Een volksvertegenwoordiging maakt de beslissingen in een land. Daarbij zijn gelijkheid en vrijheid van de mensen erg belangrijk.
Discriminatie - Achterstelling van een persoon of een groep vanwege bepaalde eigenschappen of kenmerken, die er niet toe doen.
Demografische loopbaan -De fases die een persoon tijdens zijn leven doorloopt (opgroeien, studeren, werken, trouwen, kinderen krijgen).
Doorbraak - Het politieke idee dat na de tweede wereld oorlog op kwam om de verzuilde samenleving te doorbreken.
Naar boven
E
Educatie - Het opvoeden, (bij)scholen van mensen door bijvoorbeeld de televisie
Eerste Kamer - De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden die indirect gekozen zijn door het volk. Het volk kiest de leden van de Provinciale Staten die op hun beurt de leden van de Eerste Kamer kiezen. De Eerste Kamer kan wetten aannemen of verwerpen. Ook controleert zij de regering.
Elitecultuur - Cultuur die vooral populair is bij mensen die tot de hogere sociale lagen van de bevolking behoren.
Emancipatie - Steven naar gelijke rechten.
Emancipatiebeweging - Organisatie die streeft naar gelijke rechten van mensen.
ETA -Afkorting voor Euskadi Ta Askatasuna, wat Baskenland en vrijheid betekent. Radicale en gewelddadige Spaans Baskische beweging opgericht in 1959, die streeft naar een autonoom Baskenland.
Etnische minderheden -Groeperingen in de maatschappij die op grnd van hun etniciteit een minderheid vormen. Andere etniciteiten zijn groter in omvang.
Europese Commissie -De Europese Commissie controleert of de Europese Verdragen worden nageleefd. Ook ontwerpt zij wetten en heeft ze een uitvoerende taak.
Europese Parlement -De direct gekozen volksvertegenwoordiging van de 15 lidstaten van de Europese Unie.
Europese Unie -Politiek en economisch samenwerkingsverband van vijftien Europese staten.
Expressief geweld - Geweld wordt niet gebruikt om aan geld te komen of een ander doel te bereiken. Het geweld is een doel op zich.
Extremistische Moslimbeweging - Beweging waarvan de leden het Moslim-geloof streng aanhouden. Vaak wordt dit geloof met geweld uitgedragen.
Naar boven
F
Fascisme -Politiek systeem dat berust op een zeer nationalistische en autoritaire beginselen.
Feminisme -Vrouwenbeweging die streeft naar emancipatie en maatschappelijke erkenning van de vrouw.
Fluctuaties - Schommelingen
Formateur - De formateur wordt aangewezen door de koningin. De formateur formeert een kabinet.
Naar boven
G
Gemeentebestuur - Plaatselijk bestuur, bestaande uit gemeenteraad, burgemeester en wethouders.
Gemoderniseerd productieproces -Het voortbrengen van goederen, waarbij goederen geschikt gemaakt worden voor consumptie, gaat middels nieuwe middelen, zoals de nieuwste machines, die technisch hoogstaand zijn.
Groenen -Politieke stroming die zich inzet voor het behoud van natuur of harmonie tussen mens en natuur.
Grondwet - De grondwet vormt het fundament van onze samenleving. In de grondwet staan de politieke en sociale rechten van de burger opgenomen. Ook staan de monarchale staatsvorm, de volkssoevereiniteit en de gedecentraliseerde overheid (overheid bestaat hierbij uit rijk, provincie en gemeente) vermeld.
Naar boven
H
Hamas - Terroristische beweging opgericht in 1987. Strijdt met politieke en geweldsmiddelen voor stichting van een Islamitisch-Palestijnse staat in Israel.
Hindoeisme - Een wereldgodsdienst die vooral in India voorkomt. Reincarnatie en het kastenstelsel zijn centrale ideeen.
Hizballah - Terroristische beweging opgericht in 1982 als reactie op het binnenvallen van Israël in Libanon. Doel van deze beweging is Israëlische regering af te zetten en een Islamitische staat te stichten. In het verleden veel aanslagen gepleegd op Israëlische en Amerikaanse doelen.
Hoge Raad - Hoogste rechterlijk orgaan. Beslissingen kunnen, nadat ze bij een arrondissementsrechtbank en het gerechtshof zijn, bij de Hoge Raad aangevochten worden. De besluiten van de Hoge Raad zijn definitief.
Homogamie - Mensen trouwen met mensen die dezelfde kenmerken hebben, bijvoorbeeld zelfde opleidingsniveau, religie, milieu.
Hypothese - Een uitspraak over de sociale werkelijkheid die getoetst kan worden.
Naar boven
I
Incapacitatie - De dader kan tijdens het uitzitten van zijn straf geen nieuwe misdaden begaan.
Indicatoren - Betrouwbare aanwijzing waaraan je een verschijnsel kunt herkennen.
Indirecte democratie - Democratie via een volksvertegenwoordiging. De burgers in een land stemmen op vertegenwoordigers die hun belangen behartigen in de politieke besluitvorming.
Individualisering - Het proces waardoor mensen zelfbewuster en meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan.
Industrialisatie - De overgang van een overwegend agrarische samenleving naar een industriële samenleving, waarin mensenkracht veelal vervangen wordt door machines.
Integratie - Het inelkaar opgaan van verschillende groepen in de samenleving.
IRA - Afkorting voor Irish Republican Army. Terroristische beweging opgericht in 1969 als geweldadige tak van Sinn Fein, een politieke beweging die als doel heeft om het Britse leger uit Noord-Ierland te verjagen.
Islam - monotheïstische wereldgodsdienst. Komt vooral in het Midden-Oosten voor.
Naar boven
J
Juridisch bindend referendum - Volksstemming waarvan de uitkomst opgevolgd moet worden door de volksvertegenwoordiging.
Naar boven
K
Kabinet - Het kabinet bestaat uit de ministers en de minister-president. Deze mensen hebben het dagelijks bestuur van het land in handen. Zij moeten zorgen dat bestaande wetten uitgevoerd worden,ze maken nieuwe wetten en grijpen in in acute noodsituaties.
Kapitalisme - Economisch stelsel waarin de productiemiddelen in handen zijn van de producenten. Men is uit op winst. Er bestaat een markt waar vraag en aanbod de handel bepalen. De overheid heeft weinig invloed op de markt.
Kerkelijkheid - Het wel of niet behoren tot een bepaalde geloofsgemeenschap.
Kiessysteem - Systeem voor het kiezen van een volksvertegnwoordiging. Voorbeelden van kiessystemen zijn een districtenkiesstelsel, getrapte verkiezingen.
Kiesdrempel - Een partij moet een bepaald minimumpercentage stemmen halen om mee te delen in de zetels. Een kiesdrempel zorgt ervoor dat kleine partijen niet zo makkelijk in de volksvertegenwoordiging komen.
Naar boven
L
Legitimatie - rechtvaardiging
Leefstijl - De manier waarop mensen hun leven inrichten. Hierbij kun je denken aan de hobby's en de muzieksmaak van mensen. Ook de smaak van mensen met betrekking tot cultuur,mediagebruik, sport en ontspanning horen bij de leefstijl van mensen.
Liberalisme - Politiek stelsel waarbij de vrijheid en de ontwikkeling van het individu voorop staat. Het individu is verantwoordelijk voor het inrichten van zijn leven. Op economisch gebied is vrijheid ook belangrijk. Overheidsbemoeienis moet hierbij minimaal zijn.
Linkse politieke partijen - Partijen met progressieve uitgangspunten. Zij redeneren
vanuit het principe van gelijk (waardig)heid. Zij komen op voor mensen met
een zwakke positie in de samenleving en zien een grote rol weggelegd voor de
staat.
Naar boven
M
Maatschappelijke ongelijkheid - Mensen nemen in de samenleving ongelijke posities in en er is sprake van een sociale rangorde.
Maatschappelijke positie - De plaats die iemand op de maatschappelijke ladder inneemt.
Marktgerichtheid - Geproduceerd voor de markt met een winstmotief
Materiele hulpbronnen -Hulpbronnen die bestaan uit inkomen en vermogen.
Miltvuur - Bacterie en wapen ingezet bij terroristische aanslagen.
Monopolie - Letterlijke betekenis: Alleenrecht. Het is een situatie waarin een bedrijf of een organisatie geen concurrentie heeft van een ander bedrijf of een andere organisatie.
Multi-etniciteit - Het bestaan van verschillende etnische groepen in een samenleving
Multinational - Bedrijf dat of organisatie die in meerdere landen vestigingen heeft.
Naar boven
N
Nationalisme - Het streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.
Negatieve stereotypering -De kenmerken van een groep worden overdreven en eenzijdig weergegeven op een negatieve manier.
Nederlandse Mededingings Autoriteit - Orgaan dat er voor zorgt dat bedrijven in Nederland niet te groot worden en geen monopoliepositie kunnen innemen.
NIMBY-effect - De afkorting staat voor Not In My BackYard effect (niet in mijn achtertuin). Het effect dat mensen het eens zijn met een politieke beslissing, mits ze er zelf niet in hun directe omgeving mee geconfronteerd worden. Voorbeeld: Mensen zijn voor de komst van een asielzoekerscentrum zolang het maar niet bij hun in de straat is.
Normen en Waarden - Geheel van regels en opvattingen binnen een groep of binnen de hele samenleving. Voorbeelden van waarden zijn: rechtvaardigheid, privacy, veiligheid en onderwijs. De regels (normen) binnen de samenleving moeten er voor zorgen dat deze waarden verwezenlijkt worden.
Naar boven
O
Objectieve informatie - Informatie die op feiten en niet op meningen is berust
Onconventionele politieke participatie - Deelname aan de politiek via andere kanalen dan het stemmen op of lid worden van een politieke partij. Hierbij moet je denken aan handtekeningenacties en demonstraties.
Ontzuiling - Proces begonnen in de jaren zestig waarin levensbeschouwelijke groeperingen hun greep op het dagelijks leven van mensen in de samenleving kwijtraakten. De binding van mensen aan verzuilde organisatie werd zwakker.
Opkomstpercentage - Het percentage mensen dat bij een verkiezing gestemd heeft.
Oppositie - Letterlijke betekenis: Tegenstand. In de politiek noemt men de partijen die geen plaats hebben in regeringscoalitie maar wel in de tweede kamer de oppositie.
Overheid - De organen die volgens de wet bestuurlijke en rechterlijke macht uitoefenen in de staat. De overheid is het totaal van de Rijksoverheid en de lagere overheden (gemeenten en provincies) plus de publiekrechtelijke organisaties zoals de bedrijfsverenigingen.
Naar boven
P
Parlementaire democratie - Democratie waarin het parlement (de Tweede Kamer, waarvan de leden door het volk zijn gekozen)een grote invloed heeft. Zij hebben een controlerende en medewetgevende functie.
Participatie - Deelname
Persconcentraties - Door de overname van kranten door grote concerns komt een groot deel van de Nederlandse gedrukte media in de handen van dezelfde mensen. Dit fenomeen noemen we persconcentratie. Op zich is persconcentratie niet erg, mits kranten hun redactionele vrijheid behouden en dus zelf mogen beslissen wat ze schrijven.
Pluriformiteit - Letterlijk: Veelvormigheid. Men spreekt van pluriformiteit in de pers als er een verscheidenheid van politieke opinies en politieke beginselen bestaat.
Politieke participatie - Deelname aan de politiek, op een conventionele of onconventionele wijze.
Positieve discriminatie - Het voortrekken van sommige minderheden, omdat zij in een achterstandspositie zitten. Wanneer bijv. bij een sollicitatieprocedure een man een vrouw even geschikt zijn voor de functie wordt de vrouw aangenomen, omdat zij een minderheid is. Dit beleid is hedentendage al weer afgeschaft.
Pressiegroepen - Groep van personen die bepaalde politieke beslissingen probeert te beinvloeden.
Privé-vermogen - Geld en bezittingen (huizen, bedrijven, land, consumptiegoederen) die iemand tot zijn bezit kan rekenen.
Progressief belastingstelsel - Belastingstelsel waarbij mensen met een hoger inkomen meer belasting betalen.
Provinciale Staten - Provinciale staten vormen het algemeen bestuur van de provincie.
Provinciale Staten kiezen uit hun midden gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur, en stellen bij verkiezing de samenstelling van de statencommissies vast.
Publieke Omroep - Alle omroepen die uitzenden op Nederland 1, 2 en 3. De programma's op deze zenders worden voor een gedeelte uit belastinggelden betaald en er zijn kwaliteitseisen aan de programma's van de publieke omroep verbonden. Doel is het publiek zo goed mogelijk te dienen.
PVDA - Partij Van De Arbeid. Sociaal Democratische partij die opgericht is in 1945.
Naar boven
Q
Quotes - uitpraak
Naar boven
R
Raad van de Unie - De Raad is de belangrijkste besluitvormingsinstantie van de Europese Unie. In de Raad zijn de lidstaten rechtstreeks vertegenwoordigd en wel door hun ministers die regelmatig in het kader van de Raad bijeenkomen.
Rechtse politieke partijen - partijen met conservatieve uitgangspunten. Zij redeneren
vanuit het principe van economische vrijheid, dat burgers en bedrijfsleven
de ruimte geeft zonder teveel overheidsbemoeienis en zien een beperkte rol
voor de staat weggelegd.
Referendum - Volksstemming
Representanten - Vertegenwoordigers
Resocialiserende straffen - Straffen die als doel hebben dat de daders van een delict na de straf weer goed kunnen functioneren in de maatschappij. Voorbeeld van deze straf is de taakstraf.
Rijkswaterstaat - Onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Rijkswaterstaat houdt zich bezig met het onderhouden en bestieren van de waterstaat.
Naar boven
S
SGP - Staatkundig Gereformeerde Partij, opgericht in 1918.
Selectieve perceptie - Informatie wordt door mensen geinterpreteerd vanuit hun referentiekader. Objectief waarnemen van informatie is niet mogelijk.
Sociaal-democratische partijen - Partijen die socialisme nastreven op een democratische manier.
Sociale cohesie - Een bepaalde mate van stabiliteit en samenhang in de samenleving.
Sociale klasse - Een samenleving bestaat uit verschillende klassen. Deze klassen worden vandaag de dag bepaald door het beroep en het inkomen van een persoon. Een hoger inkomen gaat gepaard met het behoren tot een hogere klasse.
Sociale lagen -Een samenleving bestaat uit verschillende lagen. Iedere laag bestaat uit mensen met een min of meer gelijk gewaardeerde positie. Zij hebben eenzelfde opleiding genoten en ontvangen eenzelfde inkomen. De verschillende lagen, verschillen dus van elkaar in kennis, inkomen, status en macht.
Sociale mobiliteit - Het stijgen of dalen van mensen op de maatschappelijke ladder. De sociale status die iemand heeft verandert daardoor.
Sociale premies - Premies die werknemers betalen zodat de sociale verzekeringen in stant worden gehouden.
Sociale ongelijkheid - Mensen nemen in de samenleving ongelijke posities in en er is sprake van een sociale rangorde.
Sociale uitsluiting - Uitluiting van een bepaalde groep in de samenleving
Socialisatie - Het aanleren van de normen en waarden die binnen de samenleving bestaan. Dit aanleren gebeurt in eerste instantie door de opvoeding. Maar in feite gaat het je hele leven door. Je bent steeds bezig je te leren aanpassen aan de omgangsnormen van de groepen waar je bijhoort: op school, op je werk, binnen een vereniging en binnen je vriendengroep.
Socialisme - Socialisme is de maatschappijvisie dat de productiefactoren in principe eigendom zijn van het volk en ook door het volk beheerd moeten worden.
SP - Socialistische Partij. Opgericht in 1972.
Staten Generaal -De Eerste en Tweede Kamer vormen samen de Staten-Generaal.
Stemgerechtigden - Mensen die mogen stemmen. Zij zijn ouder dan 18 jaar, hebben de Nederlandse nationaliteit.
Stroming - Een richting in politiek, kunst of muziek waarin een bepaald idee centraal staat. Stromingen onderscheiden zich van elkaar doordat zij verschillende ideeen centraal hebben staan.
Subcultuur - Groep binnen de maatschappij met eigen normen en regels, die sterk afwijken van wat gangbaar is.
Subjectief - Niet op feiten gebasseerd, beinvloed door de mening of de standplaats van mensen.
Naar boven
T
Terrorisme - Het plegen van gewelddaden, zoals bomaanslagen en gijzelingen, om een (meestal) politiek doel te bereiken.
Theorie - Stelsel van verwachtingen en hypothesen over een bepaald deel van de sociale werkelijkheid
Trends - Het verloop van een bepaald verschijnsel over de tijd.
Tweede Kamer - De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden die direct door het volk gekozen zijn. De Tweede Kamer De Tweede Kamer houdt zich vooral bezig met de dagelijkse politiek, roept ministers ter verantwoording, doet uitspraken over nieuw beleid en behandelt wetsvoorstellen gedetailleerd.
Trias Politica - Boek van Montesquieu, waarin hij een scheiding der machten maakt: de rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht. Deze machten functioneren onafhankelijk van elkaar. Vele democratieen zijn op dit stelsel gebaseerd.
Naar boven
U
Urbanisatie - Verstedelijking. Het proces waarbij mensen steeds meer naar eenzelfde plaats trekken, waar een stad ontstaat of waar een stad groter wordt.
Naar boven
V
Vakbond -is een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen. Voorbeelden van vakbonden zijn: de Ambtenarenbond, de Industriebond, de Voedingsbonden, de Vervoersbonden, de Onderwijsbond, etc.
Verkiezingsregels - De regels en wetten die aangeven hoe de verkiezingen in een bepaald land dienen te verlopen. In sommige landen is er wel een kiesdrempel, in andere landen niet.
Verzorgingsstaat -Een samenleving waarin de overheid zich ten doel stelt de zorg voor het welzijn en de welvaart van haar burgers op zich te nemen. Hiermee moet een bepaald niveau van sociaal welzijn en welvaart voor alle burgers gewaarborgd zijn.
Verzuiling - Politieke situatie in Nederland aan de eind van de negentiende eeuw. De bevolking organiseerde zich vooral op basis van godsdienstige en levensbeschouwelijke uitgangspunten. Er ontstonden vier bewegingen, ook wel zuilen genoemd: de protestants-christelijke zuil, de katholieke zuil, de sociaal-democratische zuil en de liberaal-conservatieve zuil. De scheidslijnen tussen de zuilen waren sterk, feitelijk was er sprake van vier samenlevingen in Nederland, met hun eigen scholen, politieke partijen, eigen omroepen, eigen vakbonden, eigen sportverenigingen en eigen kranten.
Volksvertegenwoordiging - De Staten-Generaal, oftewel het parlement oftwel de Eerste kamer en de Tweede Kamer. De leden hiervan zijn door het volk (in)direct gekozen.
Vooroordelen - Een oordeel over een groep of een lid van een groep dat gebaseerd is op een onjuiste en starre generalisatie.
Naar boven
W
Welvaart - De mate waarin de materiele behoeften bevredigd (kunnen) worden.
Welzijn - Een situatie waarin mensen voldoende financiele middelen hebben, alsmede over een voldoende fysieke en emotionele gesteldheid beschikken.
Welzijnszorg - De zorg van de overheid om haar burgers van een bepaald niveau van welzijn te voorzien.
WAO - Wet Arbeid Ongeschiktheid. Mensen die, door ziekte of handicap, langdurig niet meer kunnen werken, (maar eerder wel gewerkt hebben) hebben recht op deze uitkering. Voordat zij in de WAO terecht komen hebben zij eerder in de Ziekte Wet gezeten.
WW - Werkloosheidswet: Mensen die werkloos zijn krijgen onder bepaalde voorwaarden een uitkering
Naar boven
X
Naar boven
Y
Naar boven
Z
Zelfmoordaanslag - Een aanslag, meestal gericht op een groep mensen met de bedoeling deze groep mensen te doden. De dader zelf weet van te voren dat hij om zal komen. Deze aanslagen worden vooral gepleegd uit geloofs- en/of politieke overtuigingen.
Zelfplaatsing - De plaats die een persoon zichzelf toekent als hem/haar gevraagd wordt zich te plaatsen op een bepaalde schaal (bijvoorbeeld een links/rechts schaal).
Zuilen - Vier groeperingen in de Nederlandse samenleving aan het eind van de negentiende eeuw. Er was een protestants-christelijke zuil, een katholieke zuil, een sociaal-democratische uil en een liberaal conservatieve zuil.
Zinloos geweld - Een spontane vorm van fysiek geweld (of dreiging) waarbij het opzettelijke verwonden of doden van iemand centraal staat. Het geweld kenmerkt zich door zijn incidentele aard en door de willekeurige wijze waarop de dader het slachtoffer kiest.
Naar boven